|
In november 1924 weerklonk in een kalkgroeve nabij Taung een dynamietknal - wat uiteraard niet verwonderlijk was, aangezien dat de gewone manier was om de kalk los te krijgen. Alleen zou deze knal nog lang nazinderen - maar dan in de wetenschappelijke wereld. In de groeve werden geregeld prehistorische fossielen gevonden, die dan zorgvuldig werden ingepakt en naar het hoofd van de medische faculteit van Johannesburg werden gebracht, de anatoom Raymond Dart. Ook deze keer werden resten van prehistorische dieren uit de groeve gehaald. Ze werden in een kist bij Dart afgeleverd op 28 november 1924, precies op het ogenblik dat hij zich aankleedde om getuige te zijn bij het huwelijk van een vriend. Toch haalde hij meteen de kist leeg en onderaan vond hij een kleine schedel die hem rillingen bezorgde: het leek een kleine apenschedel, maar Dart zag meteen dat er iets bijzonders aan was: het was de schedel van wat later bekend zou worden als "het kind van Taung".
Ten tijde van Dart werd ijverig gezocht naar de "missing link", de ontbrekende schakel in de evolutie van primaat naar mens. Eerder werden op Java al resten gevonden van een hominide en in Engeland geloofde men nog vast dat de schedel van de zogenaamde "Piltdown-mens" de Europese variant was van de missing link - achteraf zou de schedel een vervalsing blijken. Toen Dart zijn schedeltje onderzocht had, kwam hij - terecht - tot de conclusie dat dit geen apensoort was, maar een vroege hominide die rechtop had gelopen, een kind van zowat 6-8 jaar, ongeveer 1,25 m. groot, tussen de 35 en de 30 kg. zwaar, met een herseninhoud van 405 cm3, en zo'n 2,5 miljoen jaar oud. Het wezentje kreeg de officiële naam van "australopithecus africanus".
In 1933 stelde Dart zijn schedeltje voor aan de British Royal Society als het oudste mensachtige wezen. Zijn interpretatie werd er met bijzonder veel scepticisme onthaald, tot grote ontgoocheling van Dart. Pas later vond hij in Robert Broom een enthousiaste medestander. In de tweede helft van de jaren '30 werden niet ver van Taung, in Sterkfontein, resten gevonden van volwassen hominiden, maar het duurde tot 1947 voor er een vrijwel volledige volwassen schedel gevonden werd. Men noemde de soort "Plesianthropus Transvalensis" en de schedel zou de geschiedenis ingaan als "Mrs. Ples". Pas later moest men tot de vaststelling komen dat het kind van Taung en Mrs. Ples tot dezelfde soort behoorden. Het was toen inderdaad nog bijzonder moeilijk om de vondsten in een ruimere context te plaatsen: dat kon men pas doen na de grote ontdekkingen van Leaky in Kenya.
In ieder geval maakten vondsten als deze duidelijk dat tussen de twee en de drie miljoen jaar geleden vroege voorlopers van de mens Zuid-Afrika bevolkten. Tot een precieze invulling van die lange periode van de australopithecus tot de moderne mens is men nog niet gekomen: daarvoor zijn de vondsten te schaars, en bij elke vondst lijkt er wel iets in het plaatje te veranderen. Zo is er de merkwaardige geschiedenis van de zogenaamde "Florisbad-mens". In 1932 werd nabij Florisbad een schedel gevonden die werd geïdentificeerd als die van een vroege homo sapiens. Hij werd op zo'n 40.000 jaar gedateerd. Maar nieuw en vrij recent onderzoek wees uit dat hij zowat 250.000 jaar oud moet zijn !
Een andere merkwaardige ontdekking was die van de voetstappen van Langebaan, aan de westkust van Zuid-Afrika. Daar werden in 1997 voetstappen ontdekt die duidelijk afkomstig waren van menselijk wezen van het "moderne" type. Bij nadere studie bleken ze 117.000 jaar oud te zijn, wat hen meteen tot de oudste bekende, echt menselijke voetstappen ter wereld maakte. In 1998 werden ze dan ook zorgvuldig ingepakt en overgebracht naar het Zuid-Afrikaans Museum in Kaapstad.
Al deze vondsten bewijzen dat Zuidelijk Afrika van in de vroegste tijden van de mensheid bewoond geweest is, en dat ook permanent. Natuurlijk blijven de archeologische vondsten schaars, maar bij elke vondst wordt duidelijker hoe algemeen en ononderbroken de bewoning van zuidelijk Afrika geweest is - en dat gaat helemaal in tegen de stelling die destijds werd ingenomen door de Europese kolonisten dat het land onbewoond was toen zij er aankwamen. Het blijft echter bijzonder moeilijk om na te gaan wat de precieze band is tussen de prehistorische bewoners van de regio en degenen die nu kunnen beschouwd worden als de oudste bewoners, nl. de Khoisan-volkeren - Khoikhoi en San. |