|
Onrust in het binnenland: de Difaqane |
|
|
|
Nog vóór de grote trek waren er al boeren die diep het binnenland waren ingetrokken. Rond 1770 stuitten de eerste kolonisten op de Xhosa. Tussen 1778 en 1780 waren er heel wat conflicten tussen trekboeren en Xhosa, waarbij talloze Xhosa vermoord werden terwijl hun vee in beslag genomen werd. Dikwijls luidde de beschuldiging dat zij zich agressief hadden opgesteld of het vee van de boeren hadden gestolen, maar echte aanwijzingen waren daar niet voor. Die conflicten staan in de geschiedenis van Zuid-Afrika bekend als de "Kafferoorlogen".
Het grootste gevaar zou echter vanuit meer noordelijke richting komen, waar een kleine clan zou uitgroeien tot een machtige natie.
De Zulu waren oorspronkelijk inderdaad een bescheiden clan van zo'n 2000 personen. In de loop van de 18e eeuw kampten de bevolkingen van het Noord-Oosten van Zuid-Afrika echter met een snelle bevolkingstoename die de onderlinge wedijver om weilanden stimuleerde. Twee belangrijke clans streden om de macht in de regio, de ene onder leiding van Dingiswayo, de andere onder leiding van Zwide; allebei zetten ze een militaire organisatie op, gebaseerd op leeftijdsklassen.
In die context werd rond 1787 een figuur geboren die nog altijd tot de verbeelding spreekt: Shaka. Hij was de illegale zoon van een Zulu-leider en was daarom weggestuurd van zijn vaders kraal. In zijn jeugd zwierf hij rond bij verschillende clans en overal werd hij misprezen om zijn afkomst. Die ervaring wordt algemeen beschouwd als bepalend voor zijn latere ambities.
Rond 1802 kreeg Shaka onderdak bij de clan van Dingiswayo in wiens militaire structuren hij een bliksemcarrière maakte. Na de dood van zijn vader wierp hij zich op als leider van zijn clan en begon hij met zijn veroveringen. Hij bouwde een militaire macht uit zoals die in Afrika tot dan toe onbekend was, met streng gedisciplineerde krijgers, de impi's.
In 1818 werd Dingiswayo gedood door zijn rivaal Zwide. Voor Shaka was dat een aanleiding om de dood van zijn weldoener te wreken én tegelijkertijd zijn macht uit te breiden. Hij verklaarde de oorlog aan Zwide en zo begon een tijd van veroveringen en plunderingen. Shaka kreeg hoe langer hoe meer aanhang, de Zulu werden een grote bevolkingsgroep. Meer en meer werd Shaka ook een tirannieke leider die de macht van alle anderen kon breken. Wie zich niet bij hem aansloot werd gedood of verjaagd en kon dikwijls niets anders dan emigreren.
De periode van de veroveringen van Shaka was er één van hele volkeren op de vlucht, van dorpen die verlaten werden en velden die onbebouwd achterbleven, het was een tijd van chaos, van moordpartijen en hongersnoden. Wie zich niet wilde onderwerpen probeerde te ontkomen om zich elders te gaan vestigen, zo ver mogelijk buiten de invloedssfeer van de Zulu. Maar overal waar zij kwamen, op zoek naar nieuwe woongebieden, kregen zij het aan de stok met de plaatselijke bevolking, die dikwijls op haar beurt verdreven werd en tot een zwervend bestaan gedoemd was. Op die manier lieten de gevolgen van Shaka's veroveringen zich voelen tot aan het Tanganyika-meer in het noorden en tot aan de Kalahari in het westen. Deze gebeurtenis staat in de geschiedenis van Zuid-frika bekend als de Difaqane of de mfecane, de gedwongen emigratie, de grote verstrooiing.
De Difaqane hertekende de bevolkingskaart van Zuid-Afrika, gooide alle bestaande machtsverhoudingen door mekaar, creëerde armoede en chaos. Precies deze situatie vergemakkelijkte het binnendringen van de kolonisten uit het westen. Het was immers temidden van de chaos die de Grote Verstrooiing had nagelaten dat de zogenaamde "Voortrekkers" het gebied binnentrokken.
|
|
Laatst Aangepast ( vrijdag, 25 november 2005 )
|