|
Geen enkele gebeurtenis in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis heeft zo tot de verbeelding gesproken, is zo sterk gemythifieerd en gemystifieerd als "die Groot Trek". Ook bij ons, in het Nederlandse taalgebied werd de Grote Trek een literair thema dat het grote publiek aansprak
Om de gebeurtenis te begrijpen moet men zich een beeld kunnen vormen van die oude boerengemeenschap aan de Kaap. In wezen vormden zij geen echte gemeenschap, wel een grote groep van families die bijzonder sterk op hun eigen onafhankelijkheid stonden en die zich door niemand de wet lieten voorschrijven. Anderzijds was hun economie wel gebaseerd op slavernij en ongelijke relaties tussen knecht en meester. De boeren beschouwden zich als de dragers van de Europese, christelijke beschaving in Zuid-Afrika, en dat hield ook de " gepaste relaties tussen meester en knecht in. Een gelijkstelling van niet-blanken met blanke, christelijke kolonisten was voor hen onaanvaardbaar. Tenslotte waren veel van die boeren ook al min of meer gewend aan een zwervend leven, en dat vergemakkelijkte nog de beslissing om weg te trekken uit de Kaap.
Toen de Britten dus de slavernij afschaften en de gelijkheid van alle inwoners afkondigden, was voor veel boeren de maat vol, en bijna meteen na deze maatregelen, in 1835, vertrokken de eersten, weg van de Kaap. Tussen 1836 en 1838 was er sprake van een massale uittocht: ongeveer één zesde van de bevolking van de Kaapkolonie, zo'n 14.000 personen, vertrok richting binnenland. Vooral de manier waarop die uittocht gebeurde sprak tot de verbeelding, want hier doet de legendarische "ossewa" zijn intrede: de boeren laadden heel hun hebben en houden op grote huifkarren, getrokken door een span van tussen de 12 en de 16 ossen. De ossewa was gedurende de hele trek voor de "voortrekkers", zoals ze genoemd werden, vervoermiddel, woning, ziekenhuis. Mannen, vrouwen, kinderen, en ook slaven en bedienden startten de lange tocht naar het oosten en het noorden, op zoek naar grond en een plaats waar zij zich konden onttrekken aan het Britse gezag. In alles was voorzien: voedselvoorraad, zaaigoed, wapens en munitie, huishoudelijke voorwerpen en zelfs het vee liep mee. Men reisde in konvooi. De tocht duurde maanden en gebeurde dikwijls in uiterst moeilijke omstandigheden: men moest immers geregeld over bergen trekken en rivieren doorwaden. Geen wonder dat deze Trek al gauw een heroïsch karakter kreeg.
De regio waar zij terechtkwamen was echter het gebied dat nog maar pas aan het bekomen was van de Difaqane. Ergens maakte die situatie het gemakkelijker voor de boeren om grond te verwerven, aangezien zoveel volkeren niet meer op hun voorouderlijke grond woonden. Maar toch waren er geregeld conflicten tussen de plaatselijke bewoners en de nieuwkomers die overigens ook niets begrepen van de gebruiken van de autochtone bevolking: opnieuw kon het gebeuren dat de boeren grond "kochten" van de plaatselijke bevolking, om dan achteraf vast te stellen dat zij alleen maar een gebruiksrecht verworven hadden, aangezien volgens de Afrikaanse traditie grond niet kan verkocht worden.
Een incident dat een keerpunt zou betekenen was dat van de moord op Piet Retief. Retief was de leider van een grote groep voortrekkers die in 1937 het grondgebied van de Zulu binnendrongen. Hij vroeg grond aan de toenmalige Zulu-koning Dingaan die eerder wantrouwend stond tegenover de voortrekkers. Hij was akkoord om grond te geven op voorwaarde dat Retief er zou in slagen om zijn vee, dat voordien gestolen was door de rivaliserende koning Sikonyela, terug te brengen. Piet Retief slaagde daarin en kwam op 6 februari 1838 triomfantelijk en met een delegatie van een zeventigtal voortrekkers het vee terugbrengen. Er werd hem een afstandsacte voor de grond overhandigd, maar Dingaan eiste dat de delegatie ongewapend zijn kraal zou binnenkomen voor een feestelijk onthaal. Daar werd plots het bevel gegeven om de hele groep uit te moorden. Nadien volgden nog verschillende bloedige aanvallen op voortrekkerskampen.
Veel is gespeculeerd omtrent de motieven van Dingaan voor deze actie. Waarschijnlijk was hij al voldoende geïnformeerd over het feit dat ook op andere plaatsen grote groepen blanken het land binnendrongen en had hij - terecht - schrik voor een blanke overheersing. Wellicht had hij ook schrik voor de magische krachten van de blanken en het aanmatigend gedrag van Piet Retief en zijn gevolg zal dat zeker nog versterkt hebben: inderdaad had Retief zijn volgelingen, bij wijze van machtsvertoon, saluutschoten laten afvuren buiten de kraal van Dingaan.
De gebeurtenissen waren erg verontrustend voor de voortrekkers en leidden naar wraakpogingen die aanvankelijk weinig succes hadden. De boeren waren immers nauwelijks georganiseerd. De finale strijd werd uitgevochten onder leiding van Andries Pretorius aan de oever van een rivier, de Wasbankrivier genaamd. Op 16 december 1838 slaagde een boerenleger er toen in om een indrukwekkend Zulu-leger op de vlucht te jagen met nauwelijks verliezen aan de eigen kant. Men vertelt dat het water van de rivier rood zag van het bloed van de Zulu's - vandaar dat de gebeurtenis de geschiedenis ingegaan is als de slag bij de Bloedrivier.
Na deze nederlaag herstelde het Zulu-rijk zich niet meer. Dingaan sloeg op de vlucht en werd een tijd later in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. |