|
Het einde van de apartheid |
|
|
|
Ondanks die laatste stuiptrekkingen werd duidelijk dat het einde van de Apartheid in zicht was. In 1988 werd Nelson Mandela overgebracht van de Pollsmoor-gevangenis in Kaapstad, waar hij intussen verbleef, naar de Victor Verster gevangenis in Paarl waar hij van een half open regime kon genieten. In juli 1989 werd hij zelfs door president Botha ontvangen voor een gesprek. Tussendoor - in oktober 1988 - waren er voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen geweest voor alle rassen, maar de opkomst van de zwarte bevoliking was tot 25% beperkt gebleven.
In augustus 1989 trad P.W. Botha af als president en werd opgevolgd door de ex-minister van onderwijs, Frederik Willem De Klerk. Plots ging alles in stroomversnelling.
Op 15 oktober 1989 werden Walter Sisulu en 7 andere prominente ANC-leiders vrijgelaten. Tegelijkertijd liet de regering op verschillende manieren blijken bereid te zijn tot onderhandelingen met o.a. het ANC. Die nieuwe openheid manifesteerde zich op verschillende manieren: ondanks het feit dat het ANC nog altijd een verboden partij was, kon in een stadion nabij Soweto een viering van de vrijlating van de gevangenen doorgaan die 70.000 zwarten op de been bracht en in Johannesburg konden meer dan 4.500 vertegenwoordigers van 2.128 verschillende organisaties ongestoord een Conferentie voor een Democratische Toekomst houden.
Toen volgde de klap op de vuurpijl: de onvoorwaardelijke vrijlating, op 11 februari 1990, van het boegbeeld van de Anti-Apartheidsstrijd, Nelson Mandela. Hij had niet minder dan 27 jaar in gevangenschap doorgebracht. In minder dan geen tijd werden alle wetten die de rechten van zwarten beperkten ingetrokken, en de thuislanden werden uiteraard afgeschaft.
Het hoogtepunt kwam er in 1994, met de eerste democratische verkiezingen in de geschiedenis van Zuid-Afrika, de eerste waaraan iedereen, ongeacht zijn huidskleur, kon deelnemen. Het ANC behaalde de overwinning en Nelson Mandela werd de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.
President Mandela stond voor een onmenselijke taak. Velen verwachtten dat het land meteen zou verzinken in chaos en burgeroorlog, maar dat is niet gebeurd, en dat is voor een groot deel zijn verdienste.
Mandela slaagde erin om niet alleen de vrede te bewaren tussen de verschillende bevolkingsgroepen, maar om ook sociale programma's op te starten die de achterstelling van de zwarte bevolking moesten aanpakken. Misschien hebben die programma's tot nu toe niet helemaal beantwoord aan de verwachtingen van de bevolking, maar de kloven die moeten gedicht worden zijn dan ook bijzonder groot.
In 1999 tenslotte, na één ambtstermijn, trad Mandela af en werd Thabo Mbeki de nieuwe president van Zuid-Afrika. |