spacer
spacer search

Suid-Afrika
Die Kaap is weer Hollands. Ons wag vir julle!

Search
spacer
Newsflash
Zing mee met de Afrikaanse zanger Pieter Smith en zie hoe makkelijk Afrikaans is!


Boschendal
Kies Jou Rigting
Tuisblad
Ons Nuus
Ander Nuus
Skakels
Nuus Skakels, RSS
Geskiedenis
Afrikaans
Woordenboek
Weblog Jan Paul
Weblog Caroline
Weblog Laura
Weblog Max
Weblog van Robert
Martijn in Australie
Gallery
grote slurf

grote slurf

Administrator
 
Tuisblad arrow Woordenboek arrow A

A Print E-mail

Afrikaans

Nederlands

aalwee, aalwyn
aloë
aanbied
aanbieden, presenteren
aanbieder
presentator (radio, TV)
aand
avond
aandete
avondeten
aangaan
gebeuren; verder gaan / voortgaan; betreffen
("Wat gaan hier aan?" = Wat is er hier aan de hand? / "Vir sover as dit my aangaan..." = Wat mij betreft... / "Dit het so vir 'n halwe dag aangegaan." = Het ging zo'n halve dag door.)
aanpiekel
(met moeite) dragen, vervoeren; gaan, lopen
aansoek
verzoek, sollicitatie
aansteeklik
besmettelijk (ziekte)
aar
(koren-)aar; ader
aardig
onaangenaam, naar, misselijk, zich niet lekker voelend; ongemakkelijk, slecht, gegêneerd, beschaamd; irritant, aanstotelijk; aanzienlijk, groot
Zie verder bij arig, met verdere uitleg over deze voor het Nederlands ongebruikelijke betekenis
aartappel, ertappel
aardappel
aartappelskyfies
patates frites; chips
(vgl. 'slaptjips')
abba
op de rug dragen
abuis
verkeerd, niet juist, 'er naast', abuis
(Ek is ~ = Ik heb het mis, ik zit ernaast)
ablusieblok
toilet- en wasgelegenheid op een camping
afdelingswinkel
warenhuis
afdraaipad
afrit, afslag
afdraand(e)
zn. helling (naar beneden); bijw. bergafwaarts
(vgl. 'opdraand(e)')
affodil
narcis
afklim
uitstappen (bus e.a.)
afneem
afnemen, fotograferen
affêring, affêre
affaire
afgehaal voel (ek voel afgehaal)
zich beledigd, vernederd voelen
afhaal
afhalen, afdoen, afzetten
("Hy haal sy helm/hoed van sy seuntjie se kop af" = "Hij neemt zijn helm/hoed van het hoofd van zijn zoontje af"; "Haal jou boeke af" = "haal je boeken er vanaf"). Vlg. 'ophaal' en 'oplaai'
afklim
uitstappen (bus e.a.)
afneem
afnemen, fotograferen
afrigter
trainer
aftorring
aftornen
aftree
met pensioen gaan
aftree-oord
complex met bejaardenwoningen
aftrekorder
machtiging tot automatische afschrijving
afslag
korting
afsterwe
doodgaan, overlijden
agtermekaar
voor elkaar, in orde
agterste (plat)
achterwerk
aikona, aikôna, haikôna
nee!, helemaal niet!, over m'n lijk!
aitsa!
uitroep van verbazing
akkedis
hagedis
akkerboom
eikenboom
albaster, albastertjie
knikker
algemene handelaar
soort 'Winkel van Sinkel'
alikreukel / arikreukel / arikruik / alikruik
'alikruik'; grote zeeslak die zich op rotsen ophoudt (Turbo sarmaticus)
alleenloper
vrijgezel
almanak
kalender
amper
bijna
Opm.: Het Nederlandse 'amper' kan het beste benaderd worden door 'nouliks' te gebruiken.
amperbroekie
tangaslipje (weinig gebruikelijk)
amptelik
officieel
anderkant
aan de andere kant / aan de overzijde
("anderkant die longdrop kry jy die bure se erf" = aan de andere kant van het buitentoilet vind je het terrein van de buren)
(vgl. 'duskant' en 'oorkant')
anderland
het buitenland
("ek wil nie in anderland bly nie; anderland se kos is so vreemd" = ik wil niet in het buitenland wonen; het eten in het buitenland is zo raar)
angstig
angstig, verlangend
antrasietstoof
kolenkachel
appelkoos
abrikoos
appelliefie
struik met grote, eetbare, appelachtige bessen (Physalis viscosa en P. angulata)
apteek
drogist, apotheek
aptytwekker
aperitief
arig
naar, ongesteld; beschaamd, niet op z'n gemak; onvriendelijk, irritant, onaardig
Opm.: In het Nederlands betekent aardig 'vriendelijk'. De voor het Nederlands tegenstrijdige betekenis van het Afrikaanse aardig en arig is eenvoudig te verklaren door te kijken naar het zeventiende-eeuwse Nederlands; algemeen betekende aerdich 'beleefd, vriendelijk' (Jan de Vries: 1971), zoals nu in het Algemeen Beschaafd Nederlands, maar in dialecten betekende het 'vreemd, eigenaardig'. Er zijn Zeeuwse dialecten waar die negatieve betekenis behouden is. Daar zegt men 'aorig' om een ongemakkelijke situatie aan te duiden (G.J. van Wyk (red.), Etimologiewoordeboek van Afrikaans: 2003).
arm (mv. arms)
arm, armen (ledematen)
arme, armes
arme, armen
arties
kunstenmaker, circusartiest, 'artist'
Opm.: betekent niet NL. 'artiest' in de zin van musicus).
("Dit is lewensgevaarlik om 'n sweefstok-arties se kunsies te probeer nadoen"). Zie verder bij 'kunstenaar'
asseblief
alstublieft
Bij verzoek: "Vir meer inligting moet jy asseblief net die bostaande vorm invul" = Voor meer informatie verzoeken wij je het bovenstaande formulier in te vullen.
astrant
brutaal
atjar
groente in azijn
Awendmaal
(bijbels) (Laatste) Avondmaal

Laatst Aangepast ( maandag, 20 februari 2006 )
Volgende >
spacer

© Kopiereg SuidAfrika.nl 2005-2006

spacer
 
eXTReMe Tracker