spacer
spacer search

Suid-Afrika
Die Kaap is weer Hollands. Ons wag vir julle!

Search
spacer
Newsflash
Zing mee met de Afrikaanse zanger Pieter Smith en zie hoe makkelijk Afrikaans is!


Hermanus
Kies Jou Rigting
Tuisblad
Ons Nuus
Ander Nuus
Skakels
Nuus Skakels, RSS
Geskiedenis
Afrikaans
Woordenboek
Weblog Jan Paul
Weblog Caroline
Weblog Laura
Weblog Max
Weblog van Robert
Martijn in Australie
Gallery
frans en santie op bezoek

frans en santie op bezoek

Administrator
 
Tuisblad arrow Woordenboek arrow B

B Print E-mail

Afrikaans

Nederlands

baadjie
jasje, colbert
baadjiepak
mantelpakje
baai
zn. baai; ww. baden, vrijetijdszwemmen
(vgl. 'bad)
Die Baai
bijnaam voor Port Elizabeth
baaibroek
zwembroek
baas
baas, (vero.) beleefde aanspreekvorm voor blanke
("'Goeiemôre, Baas', sê ou Gladman Nqumela vir die boerseun wat sowat sestig jaar jonger is as hy.")
baba
baby
babelas, babelaas, babalaas
kater (van drank)
baber
Afrikaanse meerval (wijdverbreide Zuid-Afrikaanse zoetwatervis Clarias gariepinus)
('baber' stamt af van het Nederlandse woord 'barbeel')
baie
(bijw.) erg, zeer; vaak; (telw.) veel
("Ek het baie geslaap" / "Ek voel baie ongelukkig" / "Baie veel mense gee nie om vir omgewingsbewaring nie.")
Opm.: veel wordt alleen gebruikt als het beheerst wordt door baie of te. Dus erg veel is in het Afrikaans 'baie veel' en niet 'baie baie', en 'te veel' is gewoon 'te veel'.

'Zo veel' is daarentegen 'so baie', tenzij je er een stellende trap (van vergelijking) mee wilt uitdrukken:
"Ek dink so baie aan ons samensyn in Clifton..."
"Daar is so baie mense op die Strydomplein vandag."
(soms hoor je hier ook so veel)

Maar:
"As 'n volk het ons net so veel reg op selfbeskikking as ander volke."
"Probeer so veel as moontlik om jou waardigheid te behou."
bakgat (gemeenz.)
erg goed ("dit gaan ~ " = Het gaat erg goed)
bakkie
pick-up truck (kleine vrachtwagen met open bak)
baklei
op de vuist gaan
baljaar
spelen, huppelen
bandopnemer
cassetterecorder
bankfooie
bankkosten
banknoot
bankbiljet
bankrot
failliet, bankroet
bankstaat
dagafschrift van de bank
battery
accu, batterij
beampte
ambtenaar
bed
bed, bedding
bedanking
dankbetuiging, ontslag
bedanking inhandig
ontslag nemen
bederf, bederwe
bederven; verwennen
(vgl. 'verpes')
bedlêend
bedlegerig
bedorwe brokkie
verwend kind
beenaf
verliefd
("Sy het beenaf op hom geraak" = Zij werd verliefd op hem)
(vgl. pootuit)
bees
koe
(vgl. 'gogga' en 'dier')
beesvleis
rundvlees
beet
bieten
beetslaai
bietensalade
beethê
beethebben, vasthebben
befoeterd
slecht gehumeurd
bekendstel, bekend stel
introduceren
bek-af, bekaf
teleurgesteld, verontwaardigd, moe
bemarking
marketing
bêre
opbergen, sparen
(vgl. 'stoor')
bêrekopie
soort afbetaling
besering
bezering, verwonding, blessure
besig
druk, bedrijwig
besigheid
zaak, handel
besigheidsman
zakenman
besigheidsure
openingstijden
beskinder
belasteren
besoedeling
verontreiniging
(vgl. 'omgewingsbesoedeling')
bestelling
afspraak
bestuur
besturen, rijden
(motor bestuur = auto rijden
bestuurder
bestuurder; manager
bestuurderslisensie
rijbewijs
beursie
portemonnaie
bewaringsbewus
milieubewust
(vgl. 'omgewingsbewaring')
bewertjie, bewertjies
trilgras: Europese grassoort met hartvormige aartjes (geslacht Briza)
bielie
super; kanjer
biesies
bies, rus (biezen van het geslacht Junca)
(uitdr. 'dat die biesies bewe'= 'als een tierelier')
'n bietjie
een beetje, eventjes
("Ek gaan so'n bietjie kook" = Ik ga even koken)
Opm.: Abusievelijk zegt - en schrijft - men vaak 'bietjie', zonder het onbepaald lidwoord.
bilharzia
ziekte door larven in rivierwater
biltong
gedroogd rund- of wildsvlees dat men in lappen of in kleine stukjes koopt en vervolgens met een biltongmesje eet (traditioneel Boere-eten!)
binnenhuisversierder
binnenhuisarchitect
bitterappel
doornachtige nachtschadestruik met blauwe bloemen, gelobde bladen en grote, kogelronde, olijfgroene, harde bessen (sodomsappel): dit is een notoir 'onkruid' (Solanum sodomaeum)
blaai om (b.o.)
zie ommezijde
blaarslaai
sla
blameer (vaak als anglicistische constructie 'iets op iemand blameer')
de schuld geven aan
("Blameer dit op Apartheid!" = Geef Apartheid maar weer de schuld!)
blaps
flater, vergissing
blatjang
zoet-zure saus met azijn,abrikozen etc., i.e. chutney
bles
kaal
(vgl. 'kaal' en 'haarloos')
bleskop
kaalhoofdig
blikemmer tussenw.
lieve hemel!, sodeju!
blikoopmaker
blikopener
bliksem
zn bliksem, deugniet, snuiter; ww iemand slaan, meppen
("Ek gaan jou bliksem as jy nie ophou nie!")
(vgl. 'blikskottel', 'foeter' en 'donner')
blikskêr
blikopener
blikskottel
deugniet
blindings
rolgordijnen; jaloezieën: 'luxaflex'
blits
weerlicht, lichtflits
blits- (woorddeel)
flits-, snel-, vlug-
blitsverkoper
bestseller
blitsvinnig
heel snel
bloeddoortapping
bloedtransfusie
bloei
bloeden
(vgl. ww. 'blom')
bloekomboom
eucalyptussoort uit Australië (>'bluegum tree', Eucalyptus globulus uit Zuid-Australië en Tasmanië)
Bloemies, Bloem (gemeenz.)
Bloemfontein
blokkiesraaisel, blokraai
kruiswoordraadsel
blokkiesvloer
parketvloer
blom zn.
bloem
blom ww.
bloeien
(vgl. 'bloei')
blombedding
bloembed, perk
(vgl. 'bed')
blomkool
bloemkool
bloot
slechts, ronduit, alleen maar
(vgl. kaal)
bo
boven
bobaas
zn de allerbeste; bijv nw top-, super-
("Op hierdie CD sal jy vanjaar se bobaas treffers vind." = Op deze CD vind je de allerbeste hits van dit jaar / "Ons verkoop net bobaas braaivleis." = Wij verkopen alleen top-barbecuevlees / "Boerbone is bobaaskragkos" = Tuinbonen zijn top-krachtvoer)
bobbejaan
baviaan
bobotie
eenpansmaal met vlees en kerrie, van Indiase oorsprong
boeglam (jou ~ skrik)
zich kapotschrikken
boekenhout
boomsoort (Faurea saligna)
(>dial. Ned voor 'beukenhout', omdat de boom op de Europese beuk lijkt)
boeke merk
schriften nakijken
boekevat
huisgodsdienstoefening
boekrak
boekenplank, -kast
boep, boepens
dikke buik
boerbone
tuinbonen
boerdery
het boeren, een agrarisch bedrijf runnen
boer(e)beskuit
harde, uitgedroogde beschuit
boerekos
traditionele plattelandse gerechten
boereplaas
boerderij
boererate
huismiddeltjes
boereverneuker (plat)
oplichter, matennaaier
boerewors
speciale verse worst, o.m. met kruidnagelen, voor de braai
boet, boetie
broer(tje), ventje, (amicaal, schertsend) vriendje
boetebessie (gemeenz.)
vrouwelijke parkeerwachter
bog
onzin
boggom / bôgom
geluid / roep v.e. baviaan
bohaai
lawaai, ophef
bokant
boven, aan de bovenkant van
(Vgl. 'anderkant', 'duskant', 'oorkant')
bokkem
op bokking gelijkende vis
("'n Lekker bossie bokkems" = Een lekker zooitje bokking)
bokkie
geitje, bokje; (gemeenz.) meisje, grietje
bokmakierie
geelgrijs zangvogeltje waarvan de roep op "bokmakierie!" lijkt: Telophorus zeylonus
boks
zn.doos; ww. boksen
Boland
deel van de Kaapprovincie (ook Westelike Provinsie genoemd)
bolla
haarknot
bollemakiesie
koprol
("Bollemakiesie slaan / maak" = een koprol maken)
bolyf
romp
bontspring
uitvluchten zoeken
bontstaan
hard werken
boom
boom; wiet
("Jy lyk sleg; het jy die naweek dalk te veel boom gerook?" = Je ziet er slecht uit; heb je dit weekend soms te veel wiet gerookt?)
boonop
bovendien
boontoe
naar boven toe
bo-op
bovenop
bo-oor
boven over heen
boord
boomgaard
boorgat
waterwel
boos
boos, euvel, verdorven
("Ek is boos vir jou" = "Ik ben boos op jou" / "Om Satan te volg is 'n bose daad" / 'Ons veg nie teen vlees en bloed nie, maar teen die Bose').
Vgl. 'kwaad', 'kwaai', 'vies'.
bootry
bootje varen
borg zn. (mv. borge); ww
zn. sponsor (mv. sponsoren); ww sponsoren
("Ons supermark borg die dorp se wedloop" = Onze supermarkt sponsort de hardloopwedstrijd van het dorp / "Ons soek borge vir die wedloop" = We zoeken sponsoren voor de wedstrijd)
borrie
koenjit / kurkuma / geelwortel
bors
borst (in alle betekenissen)
("Ons sing die volkslied uit volle bors")
borslappie
slabbetje
borsspeld
broche
bosberaad
bepaalde vorm van brainstormen
bossie
struikje, kruid, bosje, zooitje (vis)
Opm.: bossies zijn ook een bepaalde soort vegetatie, bestaande uit kleine, geharde struikjes met heel fijne takjes die in de droge, aride gebieden leven. In de Karoo, op het Hoëveld en elders vindt men bijvoorbeeld het kankerbossie, kakiebos, ag-dae-geneesbos; kleine plantjes die houtig zijn om tegen het harde klimaat bestand te zijn.
bossies ( ~ uittrek)
onkruid (wieden)
bossiestee
rooibostee
bosvark
penseelzwijn (gedrongen soort inheemse zwijnachtige; Potamochoerus porcus)
(vgl. 'vlakvark')
Bosveld
Noord-Transvaals landschap
Dit landschap wordt gekenmerkt door hoog gras met schaarse groei van bomen, waar grootwild graast. Bomen die er groeien zijn Acacia erioloba (kameeldoring), Acacia luederitzii (baster-haak-en-steek), Boscia albitrunca (witgatboom) en Terminalia sericea (vaalbos).
bot
bot (bijv. nw.)
(vgl. 'been')
bottel
fles
bottelstoor
slijterij
Opm.: i.p.v. het anglicistische bottelstoor zegt men liever drankwinkel)
botter
boter
botterblom, botterblommetjie
soort gazania (Gazania krebsiana)
botterbroodjies (skons)
scones
boud(e)
bil(len)
bougenootskap
bank voor huisleningen
bra bijw.
nogal; eigenlijk; weinig
("Die aantal reaksies is bra beperk" = Het aantal reacties is nogal beperkt)
bra zn.
beha
braaf
dapper
braai(vleis)
barbecue
braaivleisaand
barbecue-avond
brak(kie)
(bastaard)hond
brakkiesbakkie
doggie bag
branderplank
surfplank
branderry
surfen
bredie
stoofpot, vaak met suring (klaverzuring: Oxalis)bereid
breekgoed
servies
brein
hersenen (van mensen)
(vgl. 'harsings')
brekfrisontbijt
breinvliesontsteking
hersenvliesontsteking
briek
zn. rem; ww. remmen
("Briek aandraai" = Op de rem trappen, afremmen)
broei
broeien, broeden
("'n Groot storm broei by die kus" = Er dreigt een storm bij de kust / "Papegaaie broei nie maklik nie" = Papegaaien broeden niet makkelijk)
broeikas
couveuse
broeikasbaba
couveusekind
broekiekouse
panties
broerskind
neef, nichtje
bromfiets
brommer, motorfiets
(Vgl. 'brommer')
brommer
bromvlieg
(Vgl. 'bromfiets')
bromponie
scooter
brug - brûens
brug - bruggen
brug ( ~ speel)
bridge spelen, bridgen
bruismeel
zelfrijzend bakmeel
buite-
buiten- (als voorvoegsel)
Opm.: Net als in het Nederlands schrijft men in het Afrikaans het woord buiten mét n (men spreekt er deze n ook steevast uit!), en ok zonder n. Maar in woordverbindingen vervalt de n steeds. Zie hieronder, bijv., bij buitemuurs, en vergelijk het lemma buiten, buite.
buitemuurs
deeltijds (student), extraneus
buiten, buite
buiten
(Vgl. 'buite-')
buiten vir
behalve, buiten
Dit is eigenlijk een anglicisme (except for), en het wordt als volgt gebruikt: "Buite vir my, is daar niemand wat omgee vir 'n eerlike debat nie." = Buiten mij is er niemand die iets om een eerlijk debat geeft.
buitepasiënt
poliklinische patiënt
bul
stier
'Stier' wordt in het Afrikaans gebruikt om er het gelijknamige sterrenbeeld mee aan te duiden)
bulk
loeien
byderhand
bij de hand, dichtbij
("In hierdie baie onveilige stad hou ek my pistool byderhand.")
byderwets
modern, eigentijds
by die huis
bijw. thuis
bykomstighede
accessoires
byt
beet
("Byte van insekte kan gevaarlik wees" = Insectenbeten kunnen gevaarlijk zijn)

Laatst Aangepast ( woensdag, 30 november 2005 )
< Vorige   Volgende >
spacer

© Kopiereg SuidAfrika.nl 2005-2006

spacer
 
eXTReMe Tracker