spacer
spacer search

Suid-Afrika
Die Kaap is weer Hollands. Ons wag vir julle!

Search
spacer
Newsflash
Zing mee met de Afrikaanse zanger Pieter Smith en zie hoe makkelijk Afrikaans is!


Gansbaai
Kies Jou Rigting
Tuisblad
Ons Nuus
Ander Nuus
Skakels
Nuus Skakels, RSS
Geskiedenis
Afrikaans
Woordenboek
Weblog Jan Paul
Weblog Caroline
Weblog Laura
Weblog Max
Weblog van Robert
Martijn in Australie
Gallery
Party SA 2

Party SA 2

Administrator
 
Tuisblad arrow Woordenboek arrow D

D Print E-mail

Afrikaans

Nederlands

daai
(gemeenz.) die, dat
("Daai ou is darem 'n lelike ding!" = "Die gozer is toch lelijk!")
Vgl. 'daardie' en 'dié'
daardie (aanw.vnw)
die, dat
(vgl. 'daai', dié' en 'hierdie')
daar's hy, dankie
alstublieft (bij het aangeven van iets)
dadelbrood
dadelkoek
dadelik
meteen, gelijk
Opm.: In het Nederlands betekent dadelijk tegenwoordig 'straks'. Gebruik voor het Nederlandse 'dadelijk' het woord 'netnou', ''n bietjie later', en om het nog gezwinder te maken 'nou-nou'.
dagboekie
agenda
dagbreek
dageraad
dagga
hasj
Opm.: De in Zuid-Afrika groeiende lipbloemige Wildedagga (Leonotis Leonurus, ook duiwelstabak genoemd) is niet verwant aan de ons beruchte wietplanten van het geslacht Cannabis. Met zijn mooie, oranje, buisvormige, viltige lipbloemen is Leonotis leonurus een heester die eerder aan een enorme dovenetel of salie doet denken. Hij wordt gebruikt als traditioneel medicijn tegen koorts, hoofdpijn, hoesten en dysenterie.
dagha
specie, aangemaakte cement
dagsê
goedendag
dagsorgsentrum
crèche
dalk
misschien
Opm.: 'dalk' verschilt soms in betekenis van 'miskien' omdat het vaak bij verzoeken gebruikt wordt. 'Dalk' komt voort uit het Nederlandse woord 'dadelijk'
(vgl. 'dadelik')
dam
stuwmeer, meer
damwal
dam
dan en wan, af en toe
af en toe
(Zie verder bij 'elke dan en wan')
dankie
dank U, dank je wel
deftig
netjes
("Julle Hollanders praat altyd so deftig!" / "Vanaand is ons almal deftig geklee in 'n donker pak met 'n wit hemp en 'n wit das")
deken
sprei
(Vgl. 'kombers' en 'duvet').
delg
aflossen (van schuld of zonde)
("Hoe kan ek my skuld delg as ek werkloos is?")
Vgl. 'skuld' en 'opdok'.
derduisende
vele duizenden
derduiwel
plaaggeest, duivel
derms
darmen
deur
deur zn; door voorz.
deurmekaar
door elkaar, in de war, verward, ver heen (bijv. van drank)
("Ek raak heeltemal deurmekaar as jy aanhou Afrikaans met Hollands meng" = "Ik raak helemaal in de war als jij het Afrikaans met het Nederlands blijft mengen").
deurmekaarspul
chaos
deurentyd(s)
steeds
die
de, het
("Die meisiekind, die ou, die vrou, die voël, die land" = "het kleine meisje, de jongen, de vrouw, de vogel, het land").
Vgl. 'dié'
dié
die, dat (als verwijzing naar iets dat je eerder genoemd hebt)
("In Suid-Afrika koop selfs die ouderlinge op Sondag die koerant. Dié dag is by Nederlandse christene egter by uitstek die dag van rus en geloof.")
dié: dit is ~ dat...
daarom
("Vandag sal dit mooiweer en warm wees. Dit is dié dat ek 'n sambreel saamgebring het." = Vandaag zal het zonnig en warm zijn. Daarom heb ik een parasol meegebracht.")
Die Baai (gemeenz.)
Port Elizabeth
Die Kaap (gemeenz.)
Kaap de Goede Hoop
Die Paarl (spr. 'die pêrel')
Paarl (dorp in de Westkaap, vernoemd naar de ronde, glinsterende heuvel op het gemeentelijke grondgebied)
dier
beest, dier
dik
dik (v. muren, enz); vol (na gegeten te hebben)
("Wil jy nog aartappels?" "-Nee, ek is dik, dankie")
dikwels
vaak, dikwijls
dinee
diner
(vgl. ete)
dinkskrum
denktank
disnis
duizelig, erg ver heen, 'lam', 'gek', etc.
("ek skrik/lag my disnis!" = ik schrik/lach me rot! "Ek hardloop my disnis" = ik ren tot ik een ons weeg. / "Ek eet my disnis" = ik eet me lam/gek/ etc, etc.)
Vgl. 'boeglam', 'deurmekaar'
doek(ie)
doek; luier
dog / gedog
dacht / gedacht / vermoeden gehad hebben
dogter
(jong) meisje, dochter
dolosgooi
waarheidszegging door op de grond gegooide botjes te bekijken
dom-astrant, domastrant
eigenwijs en brutaal
domkrag
krik
donderstorm
onweer
donga
droge beekbedding, diepe sloot, diepe gleuven en gaten in grond door erosie of heftige regenval
(soms worden zulke gleven en gaten in de grond 'geute' genoemd)
donkie
ezel
donkiewerk
sleurwerk
donner
zn. donder, deugniet, snuiter, (geen) zier; ww slaan, rammen, vallen ('donderen'); tussenw verdomd, verdomme
("Ek gee geen donner om nie" = Het kan me geen donder/zier schelen / "Hoor die donner in die lug." = Hoor de donder in de lucht / "Waar is die donner nou?" = Waar is die snuiter nou?
dood - dooie
dood - dode
doodmaak
doden, vermoorden
doodtrek
doorstrepen
door
dooier
(vgl. 'deur')
doos (plat)
idem, sukkel, halve gare, enz.
("Jou doos!" = Jij Sukkel!)
dop
neut, borrel; dop
(vgl. 'regmakertjie', 'sopie', 'neut' en 'voggies'
dophou
in de gaten houden
Dopper
lidmaat van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk
doring
doorn; 'geweldenaartje'
("Jou doring!" = Je bent een engel! / Wat een geweldenaar! / Goed van jou!)
doringboom
'doornboom' (meestal bomen van het geslacht Acacia e.d.)
doringdraad
prikkeldraad
dorp
dorp, gemeente, woonplaats
Opm.: Bij het invullen van formulieren wordt niet altijd naar woonplek gevraagd, maar naar dorp. Dit betekent in dit geval hetzelfde.
douvoordag
voor dag en dauw
Vgl. 'kniediepvoordag'
draad trek (plat)
zich aftrekken
draadsitter
iemand die geen kant kiest
draai
zn.bocht, draai; ww.draaien
draai loop
toilet bezoeken
("Moenie in die bos draai loop nie." = Niet je behoefte in het bos doen)
draai maak
bezoeken
("Kom maak gerus 'n draai as jy in Suid-Afrika is.")
draf
hardlopen; joggen
drif
doorwaadbare plaats in de rivier
drip
infuus
droesel
droesem
droë vrugte
gedroogde vruchten
dronk
dronken; (zn.) dronk
dronkgat (plat)
dronken, bezopen
dronkslaan
verbijsteren
droogmaak
verbrouwen
droogskoonmaker
stomerij
druip
druppelen; zakken (voor examen)
druiwe
druiven
druiwekorrel
druif
druk
zn. stevige omarming; ww. stevig omarmen (Eng. 'to hug')
drukkie
korte omarming ter hartelijke begroeting

Opm.: In Zuid-Afrika omarmt men elkaar aldus vaker dan in de Nederlanden; bij een weerzien of een afscheid voor langere tijd omarmen mannen vrouwen en vice versa (bekenden, vrienden, verre familie) elkaar, ook als er geen heftige emoties bij komen kijken.
drukspyker
punaise
(Vgl. 'duimspyker')
drumpel
drempel, dorpel
duet
twee huizen onder een kap
duiker
duiker: zeer kleine antilope (van het geslacht Cephalophus)
duikweg
tunnel, viaduct
dryf
besturen (auto, paardenwagen); drijven; (be-)drijven
("'n Besigheid dryf" = Een zaak drijven)
duimgooi/duimry
liften
duimspyker
punaise
duitse masels
rode hond
duskant
deze kant, deze zijde; aan deze kant, aan deze zijde
("Duskant het ons nie sulke probleme nie" = Aan deze kant (van de oceaan) hebben we niet zulke problemen / "Duskant die rivier." = Aan deze kant van de rivier.)
(vgl. 'anderkant', 'oorkant')
duvet
dekbed
duwweltjie, dubbeltjie
doorgaans twee plantensoorten (Emex australis en Tribulus terrestris) die in het gras groeien en stekelige, harde vruchten hebben die, wanneer erop getrapt, in voeten en poten blijven zitten (zeer pijnlijk)
dwelmmiddels
drugs
dwelms
drugs
< Vorige   Volgende >
spacer

© Kopiereg SuidAfrika.nl 2005-2006

spacer
 
eXTReMe Tracker