Afrikaans | Nederlands | ê; eg | eg (mv. êe) (zelfst.nw.) | êe, eg | eggen (ww.) | eeld | eelt | eetplek | restaurant | eetsalon | restauratie (trein) | effens, effentjies | een beetje, net, lichtelijk ("Hierdie boek is effens beskadig" / "Die Rand kan teen die einde van die jaar effens styg" / "Ons peusel effens, en dan gaan ons waai" = We eten eventjes (een beetje) en dan gaan we ervandoor.) | eiendomsagent | makelaar in onroerend goed | eier (mv. eiers) | ei (mv. eieren) | eina! | tussenw. au! | eindpuntgebou | terminal | eksie-perfeksie | fantastisch, geweldig | ekskuus (tog) / 'skuus (tog) / askuus (tog) | sorry, pardon | eland | grote antilope (Taurotragus oryx) | elke dan en wan | zo af en toe Opm.: Toevoeging van het woord 'elke' bij dit soort woordgroepen wordt als anglicistische invloed beschouwd ('every now and then'). Men kan ook volstaan met dan en wan en af en toe. | enigeen | een ieder; wie dan ook ("Moenie dat/lat enigeen vir jou ore aansit nie!" = Laat je niet door wie dan ook overtroeven!) | enjin | motor (spr 'enjin' als [℮ndzj∂n] | enkelouer | alleenstaande ouder | era | tijdperk (Vgl. 'tydperk' voor verdere uitleg) | erd-, erde- | aard-, aarde- ('erdewerk', 'erdvark') | erdvark | aardvarken Opm.: geen varken of zwijn, maar een Afrikaans dier dat holen graaft en 's nachts tevoorschijn komt en op termietenjacht gaat. Doet aan miereneter denken, heeft lange snuit met heel kleine bek aan uiteinde; heeft holle tanden en een lange, beweeglijke tong waarmee hij in termietenheuvels peurt. Net als de mol brengt hij met zijn gegraaf schade toe aan het boerenland, tot ergernis van de boeren. Het is onbekend aan welke zoogdiersoorten het aardvarken verwant is: Orycteropus afer) | erdwolf | aardwolf (soort bruine, grote hyena: Proteles cristatus) | erdwurm | regenworm, aardworm | êrens | ergens Vgl. 'iewers' | ertjie | erwt | ete | diner, avondeten (vgl. 'dinee', 'wegneemete') |
|
|
Laatst Aangepast ( woensdag, 30 november 2005 )
|