Afrikaans | Nederlands |
gaaf | plezierig, vriendelijk ("Sal jy dalk so gaaf wees om vir my hierdie gunsie te doen?" = Zou je misschien zo vriendelijk willen zijn om mij deze gunst te doen?) |
(gaan) bad | zn. bad; ww. (gaan ~ ) een bad nemen (Vgl. baai) |
galeiproef | drukproef van een onopgemaakte pagina |
garing | garen |
gars | gerst |
gastekamer | logeerkamer |
gat (plat) | achterwerk Opm.: 'gat' wordt overal gebruikt als krachtterm. |
gatkruiper (plat) | slijmbal, iem. die graag witte voetjes haalt bij anderen |
gatlekker (plat) | slijmbal, iem. die graag witte voetjes haalt bij anderen |
gedaan | kapot, erg moe; op; gedaan; afgelopen ("Ek is gedaan vir hierdie werk!" = Ik ben te moe voor (heb het gehad met) dit werk! / "Knap gedaan!" / "Goed gedaan!" / "Gedane sake het geen keer nie." / "Dit is makliker gesê as gedaan." / "So gesê, so gedaan." / "Bange vrae het in sy gemoed opgekom: is dit nou gedaan met die HERE se verbondsliefde en genade?" Psalm 77:8) Opm.: 'gedaan' is een sterke, verbogen vorm van het werkwoord doen. Normaliter zegt men 'gedoen', maar in dergelijke vaste uitdrukkingen komt de oude, Nederlandse vorm 'gedaan' terug. |
gedurig | steeds |
(geel)wortel | koenjit, curcuma (Vgl. 'borrie') |
geil | welig, vruchtbaar |
geitjie | gekko (verscheidene hagedissoorten met zuignappen aan tenen) |
gekonfyt | goed op de hoogte van ... |
gek skeer; die gek skeer met | de draak steken met |
gemaklik | gerieflijk, naar je zin |
gemeenskap hê | gemeenschappelijk godsdienst hebben |
gemeente | gemeente (alleen van kerk) |
gemmerbier | ginger ale; gemberbier |
gemors | narigheid, zooitje; onzin |
genadedood | euthanasie |
geneul | gezeur |
geniepsig | geniepig pijn doend; geniepig ("Ek het my voete geniepsig in die Kalahari-son gebrand." / "Jou skoonma is 'n geniepsige vrou sonder humor.") |
genugtig! | uitroep van verbazing, beïndrukt zijn |
gerook | stoned |
geselligheid | gezelligheid; feestje |
gesels | converseren, babbelen |
geselsie | praatje, babbel |
geselstaal | gewone, alledaagse spreektaal |
gesiggies | viooltjes (bloemen, Viola spp.) |
gesiggestrem | visueel gehandicapt, slechtziend |
geskinner | geroddel |
gesog - gesogte | gezocht, gewild, populair, veelgevraagd |
gestremd | gehandicapt |
gesuip (plat) | bezopen, lazerus |
geur | smaak (toegevoegd aan consumptiewaren) |
geut | goot |
gewerskaf | in de weer zijn |
gewild | populair |
gewoond raak aan | wennen aan |
glad (nie) | helemaal (niet) |
glips | ongelukje |
glo | geloven |
glo (adj.) | naar het schijnt |
goed(jies) | bezit, goed; dingetjes, voorwerpjes |
goed - goete | dingen, spullen; 'enzo' ("Daar was kinders, hondjies, blomme en goete..." / "Jy bring vir my blomme en jy is baie lief vir my en goete, maar ek voel niks vir jou nie.") |
goeters (mw. van 'goed') | spullen, bezit |
goël | goochelen |
goëlaar | goochelaar |
goëlary | goochelarij |
gogga | insect; ongedierte; computervirus, verborgen microfoontje in muur als afluisterapparatuur |
goggas (mv. van voornoemde) | beesten, beestjes (als insecten, enz.), ongedierte |
goiing | jute |
gomtor | onbeschaafd persoon |
gordel | ceintuur |
gou | gauw ("Maak gou! Maak net gou!" = Vlug! Haast je!) |
graaf | schep Opm.: 'skop' bestaat ook, maar is een in onbruik geraakt schepachtig stuk gereedschap met een groter blad dat niet gebruikt werd om te graven, maar om, bijvoorbeeld, graan op te gooien waarmee je het kaf van het koren kon scheiden |
gramadoelas | wildernis, zeer ver weg van de bewoonde wereld |
grap | mop, grap ("Ek geniet 'n grap, maar hierdie een is darem flou." = Ik houd van een mop, maar deze is echt flauw) |
grassny | gras maaien |
grassnyer | grasmachine |
grimering | make-up |
groenbone | sperziebonen |
groei | (onovergankelijk) groeien; (overgankelijk) telen, verbouwen, kweken (Vgl. 'teel' en 'fok') |
grondboontjie | pinda |
grondboontjiebotter | pindakaas |
grondpad | niet geasfalteerde weg |
grondvloer | parterre, begane grond |
gru | gruwen |
gunsteling | favoriet (zowel zn. als bijv.nw.; voorv.: lievelings-) ("Jy is my gunsteling" = Jij bent mijn favoriet / "Dit is my gunsteling webblad / gunstelingwebblad" = Dit is mijn favoriete website / Dit is mijn lievelingswebsite) Opm.: Eigenlijk heeft dit woord syntactisch en semantisch helemaal de functie van het Engelse woord 'favourite' (dat zowel een zelfst. nw. als bijv. nw. kan zijn)aangenomen, met uitzondering van het feit dat 'gunsteling-' soms ook aaneengeschreven wordt met het zelfst. nw. (hier 'webblad'), waardoor het bijv. nw. 'gunsteling' een zelfst. nw. wordt. Een staaltje van anglicistische morfologische verwarring, dus: 'gunsteling webblad' = bijv. nw. + zelfst. nw. // 'gunstelingwebblad' = zelfst. nw. + zelfst. nw.) Zie ook bij 'hoof' en 'hoof-' |