spacer
spacer search

Suid-Afrika
Die Kaap is weer Hollands. Ons wag vir julle!

Search
spacer
Newsflash
Zing mee met de Afrikaanse zanger Pieter Smith en zie hoe makkelijk Afrikaans is!


Houtbaai
Kies Jou Rigting
Tuisblad
Ons Nuus
Ander Nuus
Skakels
Nuus Skakels, RSS
Geskiedenis
Afrikaans
Woordenboek
Weblog Jan Paul
Weblog Caroline
Weblog Laura
Weblog Max
Weblog van Robert
Martijn in Australie
Gallery
druiven oogst

druiven oogst

Administrator
 
Tuisblad arrow Woordenboek arrow K

K Print E-mail

Afrikaans

Nederlands

kaal
naakt
(vgl. 'kaal', 'bles', 'bleskop' en 'haarloos')
kaalvoet
met blote voeten
kaalvoet klonkie
schertsende benaming voor iemand die op blote voeten rondloopt
kaaskop / kasie (scherts.)
Nederlander
kabeljou
zeevis (niet de Europese kabeljauw) (Argyrosomus coronus, A. inodorus en A. japonicus)
Deze vissen zijn niet verwant aan de kabeljauw, maar eerder aan de baarzen en makrelen, tonijnen, barracuda's en cichlides (familie perciformes)
kaf
onzin
(Vgl. 'bog')
kaggel
open haard
(vgl. 'herd')
kaiings
kaantjes; kiezelstenen in een 'kaiingsveld'
kajuit
kajuit; cabine (van auto's, ruimtevaartschepen, enz.)
Net als bij woorden als 'kooi' en 'kombuis' laat dit woord zien dat de oorsprong van het Afrikaans in de taal van de zeventiende-eeuwse zeevaarders ligt
(vgl. 'lugwaardin')
kajuitbeambte
steward(-ess)
(vgl. 'lugwaardin')
kalklig
flitslicht, voetlicht
kameelperd
giraffe
kameelpootboom
vlinderbloemige met tweelobbige, hart- / kameelhoefvormige blaren (fabaceae)
kamma, kamtig, kamma-kamma, kammakastig (bijv.nw. en bijw.)
zogenaamd (alsof)
Vgl. 'kwansuis'.
kameelperd
giraffe
kamp (gaan kamp)
kamperen`
kankerbossie
struikje
kanniedood
patrijsveeraloë (de zeer sterke Aloe variegata)
kanselleer
schrappen, annuleren
kantgordyne
vitrage
kaperjol
bokkensprong, capriool
kapok
zware sneeuw
Opm.: Net als in het Nederlands van Indonesië zegt men in Afrika 'sneeu' wanneer het natte, wat fijne sneeuw betreft, en kan men bij heftigere vlokken 'kapok' zeggen. Het woord komt uit het vroegere Maleise oedjan kapok.
kapokaartappels
aardappelpuree
kar
auto (gemeenz.)
karavaan
caravan
karmenaadjie
karbonade
(vgl. 'tjops')
karnuffel
knuffelen
(vgl. 'druk, drukkie')
Karoo
droog gebied in de Kaapprovincie
karoodroog
erg droog
karos
dikke deken uit dierenhuiden gemaakt (werd door de oorspronkelijke bewoners gedragen, maar nu als wandkleedje of vloerkleedje).
karring
schudden, uitvragen, (plat) onanie plegen
(vgl. draad trek)
karringmelk
karnemelk
karwei
vervoeren, transporteren
karweier
vervoersmaatschappij
kasaterwater
flauwe thee of koffie: "slootwater"
kaskraker
bestseller
 
kastaiing
'kastanje', eig. inheemse bomen van het geslacht Clerodendron
kastig
zogenaamd
(zie ook bij kamma)
kastrol
soort pan
katjiepiering
gardenia (>Maleis 'kacapiring')
katkisasie
catechisatie
("Op Sondae word om vier uur katkisasie aangebied")
keelaf sny
(iem.) de keel doorsnijden
("Hy het homself met 'n skeermeslemmetjie keelaf gesny")
ken
kin
kêrel
vriend (als in 'minnaar')
kers
kaars
kersie
kers
kês
gestremde melk (zoals het wel gebeurt in heel hete koffie), gestremd (die melk het kês geword)
iemand kês gee
iemand op zijn nummer zetten (vgl. raas gee)
ketting
ketting; keten
kielie
kietelen
kiep
roepwoord voor kippen ("Kiep-kiep-kiep!")
kiepersol
zeer wijdverbreide boom die palmachtig groeit met vertakkingen en een bolvormige kruin vormt: verwant aan de Schefflera (vingerplant), Fatsia en de Hedera (klimop): (Cussonia spicata, e.a.)
kierie
(wandel)stok, knuppel
kies (mv.'kieste')
wangholte
kietsie
poes
kikoejoe
sterk, populair gazongras geschikt voor ZA
kisklere
zondagse kleren (ouderwets)
kitaar / ghitaar
gitaar
kits
ogenblik; kits-, snel klaargemaakt
kitsbank
geldautomaat
kitsgras
kant en klare graszoden
kitskoffie
oploskoffie
(n.b.: thuis drinkt de Zuid-Afrikaan zelden filterkoffie zoals wij dat in Nederland en België doen. Hij drinkt de oploskoffie. Gefilterde koffie noemt hij ook filterkoffie of geperkoleerde koffie, maar die drinkt hij buiten de deur, in koffiebars of restaurants. Dit breng met zich mee dat er in Zuid-Afrika met koffie doorgaans oploskoffie bedoeld wordt. Dikwijls drinkt men de koffie slapper dan in Nederland, vaak nog romiger gemaakt met chichorei. Vgl. verder 'sigorei' en 'moerkoffie'.
kitskos
kant en klaarmaaltijd
kla
klagen
Klaas Vakie
Klaas Vaak
klagte
klacht
klagtes
klachten
klap (hou op of ek gaan jou klap!)
slaan (in het gezicht, op huid)
klapper
kokos
klasdraf
college lopen
klasdrafsak
rugzak voor boeken
klaskamer
schoollokaal; collegezaal
klavier
piano
klawerbord
key-board
kleefband
plakband
kleefbroek
legging
kleinneef
achterneef
kleinniggie
achternichtje
kleinspan
kleuters
kleintongetjie
huig
klerasie
kleding
klip
steen(tje)
(Zie voor uitleg van het verschil tussen de Afrikaanse woorden steen en klip bij 'steen'.
klipperig
steenachtig, rotsachtig
klits
klutsen, mixen
klitser
mixer
klokkie
(voordeur-/fiets-) bel
klomp
grote hoeveelheid
("Ons gaan vanaand jol met 'n klomp ouens" = Wij gaan vanavond feesten met een hoop jongens)
klompie
kleine hoeveelheid
klong
jong kleurling-jongetje (>kleurjong)
klonkie
ventje
klop
kloppen, verslaan (= winnen)
kloutjie
hoefnageltje, hoefje; levend steentje (plant Lithops)
kners
knarsen
kniediepvoordag
in alle vroegte; bij het krieken van de dag
(vgl. 'douvoordag')
knoffel
knoflook
knoffelhuisie
teentje knoflook
knypie
('n - sout) snuifje (zout)
koeël
kogel
koei
vrouwelijke koe
koejawel
guave (tropische vrucht)
koek
koek, cake, gebakje
koek (plat)
vrouwelijk geslachtsorgaan
koekie
conservatief meisje
koekie seep
stuk zeep
koekmeel
meel
koeksisters
gevlochten vetkoek
koeksoda
sodium biocarbonaat
koeldrank
frisdrank
koerant
krant
koevert
enveloppe
koffietafel
salontafel
koggel
plagen door iemand na te apen. Vgl. 'nadoen' en 'na-aap'
koggelmander
soort agame (hagedissoort)
kokerboom
reusachtige aloësoort uit Richtersveld-streek
kokkerot
kakkerlak
kokkewiet
vogelsoort (koekkoekachtige)
kol
middelpunt van een schijf, stip, vlek
koljander
koriander
kollig
schijnwerper, voetlicht
kolwyntjiepan
bakplaat met kuiltjes (soort poffertjespan)
kombers (spr.: 'kombèrs')
deken
kombuis
keuken
kombuistee
feestje voor a.s. bruid
kompakskyf
compact disc
konfyt
jam
konka
(olie-)drom
konkoksie
brouwsel
konsert
muziekuitvoering, toneeluitvoering, concert
konsertina
concertina (kleine trekharmonica)
konsertinabos
Type inheemse vetplant die op een concertina lijkt. (Crassula marnieriana en C. hottentotta)
kontrapsie
in elkaar geflanst maaksel, brouwsel
kooi
(ietwat grof) bed, 'nest'; kooi.
("Nou, snuiter kooi toe!" = Nou knul, ga naar je nest!)
koorspen
koortsthermometer
kop
hoofd
kop uittrek
terugkrabbelen
kophou
het hoofd koelhouden
kopkrap
hoofdbrekens hebben
kopkool
kool (rode of witte)
koppelaar
koppeling
koppie
kop(-je); rond, solitair heuveltje; kopje (inhoudsmaat)
kopseer
hoofdpijn
(ook 'hoofpyn')
kopvel
hoofdhuid
koring
koren (zelfst. nw.)
korrelkop
brompot, mopperaar
kortliks
kort, in het kort
("Ek sal die onderwerp vanaand net kortliks bespreek" = Ik zal het onderwerp vanavond alleen maar kort bespreken)
kos
eten (zn.)
kos
kosten (ww.)
koshuis
tehuis voor schoolgaande kinderen
kosmaak / kook
koken
kostkerwer
kostenbesparend artikel
kostuum
historisch kostuum; ook: deftig damesmantelpakje
kotelette
speklappen
kou
kooi
koue (zn.)
kou(de)
kraamrok
positiejurk
krag
stroom (electriciteit); kracht, sterkte
kragprop
stekker
kragsentrale
electriciteitscentrale
krammasjien
nietmachine
krammetjie
nietje
krans
steile rotswand aan top van berg
kreef, (mv.) krewe
kreeft, mv. kreeften
kreukelvry
kreukvrij
kriek
krekel
krieket
cricket
krimpvark(-ie)
egel (Vgl. 'ystervark')
kroeg
bar (Vgl. 'kafee')
kruie
kruiden (alleen in mv. bestaand)
kuier
bezoeken; logeren
kuiergaste
gasten; logés
kuiermense
gasten; logés
kuierplek
vakantieplekje
kul
foppen
kunstande
kunstgebit
kunstenaar
artiest, kunstenaar ("by die North Sea Jazz Festival tree kunstenaars soos Joe Zawinul, Herbie Hancock, Joss Stone en Hugh Masakela op"). Zie verder bij 'arties'.
kussing
kussen (zelfst. nw.)
kwaad
kwaad (vgl. 'kwaai', 'vies', 'boos').
kwaai
slecht, erg, fel ("Dit hael kwaai vandag" = "Vandaag hagelt het hard" / "Ek vererg my nou kwaai" = "Ik zit me ontzettend te ergeren") (vgl. 'kwaad, 'boos', 'vies')
kwagga
zebra
kwansuis
quasi, alsof ("My seun het vanoggend kwansuis skool toe gegaan, maar ek weet dat hy stokkiesdraai." = "mijn zoon ging vanochtend zogenaamd naar school, maar ik weet dat hij spijbelt." / "In Brussel kan die mense kwansuis nie Nederlands praat nie; wel, dis bog" = "In Brussel doen de mensen alsof ze geen Nederlands kunnen praten; nou, dat is dus onzin.")
Vgl. 'kamma'
kweek
kweekgras (hardnekkig, inheems gras)
kwêla
mee gaan dansen
kweper
gele, peervormige vrucht
kwêvoël
vogelsoort (koekkoekachtige)
< Vorige   Volgende >
spacer

© Kopiereg SuidAfrika.nl 2005-2006

spacer
 
eXTReMe Tracker