spacer
spacer search

Suid-Afrika
Die Kaap is weer Hollands. Ons wag vir julle!

Search
spacer
Newsflash
Zing mee met de Afrikaanse zanger Pieter Smith en zie hoe makkelijk Afrikaans is!


Kaap-Hollands Huis
Kies Jou Rigting
Tuisblad
Ons Nuus
Ander Nuus
Skakels
Nuus Skakels, RSS
Geskiedenis
Afrikaans
Woordenboek
Weblog Jan Paul
Weblog Caroline
Weblog Laura
Weblog Max
Weblog van Robert
Martijn in Australie
Gallery
Sprinkhaan met een rode jas!

Sprinkhaan met een rode jas!

Administrator
 
Tuisblad arrow Woordenboek arrow S

S Print E-mail

Afrikaans

Nederlands

saak maak
belangrijk zijn
saal
zaal; zadel
saam
samen; mee- (zoals saamsing, saamhuil, saamry)
saamryklub
carpooling
saamstem
instemmen
saamtrek
bijeenkomst
saamtrekdag
landdag, toogdag
saamvat
meenemen
saans
's avonds
sag / saf
zacht
sak
zak, tas
sakkie-sakkie
boeremusiek (vgl. konsertina)
sambreel
parapluie, parasol
sampioen
champignon
sandpapier
schuurpapier; ook skuurpapier
sangoma
toverdokter, medicijnman
sanna
ouderwets geweer (zoals tijdens Boerenoorlog)
seekat
octopus ('Die seekat is dood': gezegd wanneer er een onaangename geur uit de zee komt)
seekoei
nijlpaard
seen, seën
zegen
seermaak
pijn doen; beledigen
seerkry
pijn hebben, krijgen
sêgoed
woordenschat
sekelmaan
halve maan
sening
kraakbeen ('zeen' in vlees)
sens
zeis
sensitief
(over)gevoelig
senuweeagtig
zenuwachtig
senuwees
zenuwen
serp
sjaal(tje) (vgl. tjalie)
setlaar
kolonist uit Engeland (1820 setlaars)
seun
jongen, zoon
seunskoor
jongenskoor
siel uittrek
plagen, pesten
sien
zien; bezoeken
sies tog!
uitroep van medelijden; 'ach wat jammer, zeg'
sif
zeef; zeven (ww.)
sifdraad
kippengaas (vgl. ogiesdraad)
sinkplaat
golfijzer
sirkel
rotonde
sigorei
chichorei (blauwbloemige composiet: Ciehorium intybus); chichorei-extract om de koffie romiger te maken
sitplekgordel
veiligheidsriem
sjampoe
shampoo
sjoe
tjonge, pfoe (sjoe, dis warm: tjonge, wat is het warm)
skaam
verlegen
skaars
zeldzaam
skaduwee
schaduw
skakel
zelfst. nw. oproep, telefoontje; ww. opbellen
skakelbeampte
PR-man / vrouw
skakelhuis
twee-onder-een-kap
skarlakenkoors
roodvonk
skattebol
lieveling, schattebout
skeet
wind; kwaaltje; kuur (vol kuren) (vgl. fiemies)
skelm
stiekem
skelm
schelm
skemerkelkie
borrel, cocktail
skenk
schenken (geven)
skêr
schaar
skerpioen
schorpioen
skiktyd
flexibele werkuren
skilfers
roos (van hoofdhuid)
skilpad
schildpad
skinder / skinner
roddelen
skinderstories
roddelpraatjes
skink
schenken (drank)
skinkbord
dienblad
skollie
bandiet
skommel
schudden (ook van kaarten)
skons
scones
skoolhou
lesgeven
skooldrag
schooluniform
skoolhou
lesgeven
skoorsoeker
ruziemaker
skorsie
kleine, hartige meloenachtige groente (in het Engels: squash), ook: lemoenpampoen)
skottel
schaal (vgl. piering), grote schotelvormige plaat of eg
skottelgoed
de vaat, servies
skottelgoedwasser
vaatwaemachine
skouburg
theater
skouer
schouder
skouers ophaal
je schouders erbij ophalen (vanwege scpesis of ongelovigheid) ("Ek haal net my skouers op wanneer jy uit die Bybel lees.") Vgl. 'ophaal'.
skouhuis
modelwoning
skraal
schamel, mager, slank
skraps
schamel, nauwelijks
skrefie
kier
sku
schuw
skuifspeld
paperclip
skuld
(zelfst. nw.) schuld; (ww.) schuldig zijn aan ("Hoeveel skuld ek jou?" = "Hoeveel ben ik je schuldig?").
Vgl. 'delg' en 'opdok'.
skurf
ruw (Skurwekop = een berg met een rafelige krans [zie aldaar] in de buurt van de plaats Graaff-Reinet)
skyfies
patat, ook: aartappelskyfies; dia's
slaai
salade
slaggate
gaten in de weg (vgl. donga)
slagter
slagerij
slapskyf
floppy disk
slaptjips
patates frites (dikwijls met azijn en zout erover)
sleg
niet goed meer (melk, boter) (vgl. kês)
slegmaak (iemand)
over iemand roddelen
slegsê
roddelen, kwaadspreken: ook slegmaak
slenterdrag
vrijetijdskleding
slukderm
slokdarm
smous
marskramer
snaaks
grappig, vreemd, raar
sneesdoekie
papieren zakdoek (zie ook snesie)
snelskrif
steno
snesie
zakdoek (zie ook sneesdoek)
snoek
barracuda-/makreelachtige, baarsachtige (Perciiformes) zeevis die als lekkernij wordt beschouwd (ondanks de vele graten) (Scomberomorus Leopardus)
snoesig
gezellig, behaaglijk
Snor City (gemeenz.)
Pretoria
sny (ww.)
snijden, knippen
sny (zn.)
snee
soek
zoeken, moeilijkheden zoeken, tarten
soetkoek (soos - )
(uitdr.) als zoete broodjes, ("hierdie boek lees soos soetkoek" = dit boek kun je verslinden / "die nuutste iPods verkoop soos soetkoek" = de nieuwste iPods gaan als zoete broodjes van de toonbank)
soetrissie
paprika
soggens
's morgens, 's ochtends
sokker
voetbal
sokkerspan
voetbalteam
sokkie
discoën, ongebonden, vrijelijk dansen zoals op feestjes: huppen op de maat
sokkiejol
feestje, partijtje waar zo wordt gedanst
somer
zomer
sommer
zomaar, zonder bijzondere reden; ook sommerso ("Ons jol sommer vir die pret" = we vieren feest, gewoon voor de lol)
sonar
echo(-grafie)
sonde
zonde, ruzie
sonkamer
serre
sononder
zonsondergang
sonop
zonsopgang
sonsambreel
parasol (vgl. sambreel)
sonstrepe
coup soleil
soos
(zo)als (zo groot als... = so groot soos; net als = net soos) (vgl. nes)
sop
soep
sopie
borrel, drankje (vgl. dop, regmakertjie)
sosatie
sateh, saté
sous
saus; jus
soutpiel
beledigende benaming voor een Engelssprekende (vgl. rooinek)
souttert
hartig gebak
span
team
spangees
teamgeest
spandeer
uitgeven (geld), doorbrengen (tijd)
spanspek
meloen (niet watermeloen)
speek
spaak
spek
ontbijtspek, bacon
spekboom
spekboom: soort succulente struik van de posteleinfamilie, Portulacaria afra
spens
voorraadkast/-kamertje
spertyd
sluitingsdatum voor kopij
speurder
detective
speurverhaal
detectiveverhaal
spieëltafel
toilettafel
spiesgooi
speerwerpen
spindroër
centrifuge
spinnekop
spin
spoedbeperking
maximumsnelheid
spoedlokval
snelheidscontrole
spog
opscheppen, pochen
spookasem
suikerspin
spore maak
hard weglopen
sprinkaan
sprinkhaan
springmielies
popcorn
sprinkaan
sprinkhaan
spruit
beekje
spuls, speels (paarden)
tochtig
staanspoor
(uit die-) onmiddellijk
staatmaker
iemand op wie men staat kan maken
stad
stad
stadig
langzaam ('langsaam' is erg ongebruikelijk)
stadsaal
gemeentehuis, stadhuis
stadsraad
gemeenteraad
stamp
stampen, stoten (ek het my kop gestamp)
stap
wandeltocht, trektocht maken
staptoere
wandeltochten
stasie
station
stasiewa
stationcar
stat
traditionele Zoeloenederzetting
steeds
nog steeds
steek (plat)
geslachtsgemeenschap hebben
steen
(zelfst. nw.) steen (verheven taalgeb.: 'Die steen des aanstoots'), edelsteen, baksteen; (bijv. nw) stenen.
In het Afrikaans kent men het woord 'steen,' voor alle handgemaakte, gefabriceerde (bouw-, bak-, edel-)stenen. 'Klip' gebruikt men voor alle overige betekenissen. Klip betekent dus 'een stuk steen', 'een steen', zoals je die in de natuur aantreft.
Vgl. 'klip'.
steggie / stiggie
stekje (v.e. plant)
steke
hechtigingen
steur, jou ~ aan
storen, zich storen aan
("Ek steur my aan jou bespotlike kleredrag") (vgl. 'traak' en 'stoor')
stiksienig
kortzichtig
stingel
stengel
stoep
veranda
stofpad
ongeteerde weg (vgl. grondpad)
stokalleen
helemaal alleen
stokkiesdraai
spijbelen
stokkiestert
stokstaartje (ook mierkat of meerkat genoemd in het Afrikaans; soort mangoest [civetkatachtige; viverridae] die rechtopstaand de wacht houdt)
stokperdjie
hobby
stoof
fornuis
stoor
opslaan, voorraad aanleggen
(vgl. 'bêre' en 'steur')
stoot
duwen (vgl. stamp)
stootwaentjie
wandelwagentje
storm, mv. storms
storm, mv. stormen
stort(-bad)
douche
stouter
stouterd
strokie
kassabon
strokiesverhaal
stripverhaal
strooitjie
rietje
stry
strijden; disputeren
stuitig
dwaas, gek
stuitigheid
dwaasheid, gekheid
suiping
drinkplaats voor dieren
suring
klaverzuring (Engels 'sorrel'; oxalis)
suster
gediplomeerd verpleegster
suurlemoen
citroen
swaai
zwaaien (heen en weer), schommelen
sweetpak
trainingspak
swemklere
zwempak
swot
(hard) studeren, blokken
sykouse
nylons
sypaadjie
trottoir
< Vorige   Volgende >
spacer

© Kopiereg SuidAfrika.nl 2005-2006

spacer
 
eXTReMe Tracker